Onlangs stuitte ik tijdens het scrollen op het weekendmagazine van het Algemeen Dagblad (welbekend van de zure oprisping na een kantoorlunch met een te zoute tomatensoep en kroketten die Angela de Jong heet). Mijn intellect werd verrijkt door de favoriete adressen in Tilburg van Leo Alkemade en het boodschappenbudget van Alexander uit Sinderen. Maar niets kon me voorbereiden op de openbaring die mijn kennis van de psychiatrische nosologie op zijn grondvesten deed schudden.
Dat dit land barst van allerlei hoge omes, zoals hoogbegaafden, high achievers, hoogsensitieven (HSP) en hyperempathischen, was me door deze uitzonderlijke wezens al regelmatig ingepeperd. De fantasie dat ik misschien ook wel één van hen zou kunnen zijn, werd ruw verstoord door de zelftest van Psychologie Magazine. Zij bereiken hoogten, diepten, krochten en spelonken van de menselijke geest die ik als gewone (lage?) sterveling nooit zal begrijpen. Met gehavende zelfwaardering besloot ik dat er niets anders op zat dan het verder bestuderen van de parels die ze voor dit normosensitieve zwijn geworpen hadden.
Blijkens één van hen bestaat er bijna een miljoen mensen dat niet alleen hoogsensitief, maar ook nog eens high sensation seeker (HSS) is. Hoge omes in het kwadraat, dus. Een combinatie van een uitzonderlijk en overweldigend vermogen tot voelen en ervaren met een niet te stillen honger naar reuring, spanning en sensatie. Ik leerde dat deze mensen erg gevoelig zijn voor dopamine en dat ze soms een bodyscan moeten doen om hun stresshormonen af te voeren. Ik kreeg ook het inzicht dat deze twee eigenschappen verklaren waarom je de Hema leegkoopt als je uren aan het schrijven bent. Het leven als één grote balanceeract tussen bore-outs en burn-outs. Ik was diep onder de indruk van haar talent voor dit koorddansen.
Ik dacht terug aan die vele middagen in een stoffige ruimte met stoffige psychoanalytici die me het (blijkbaar stoffige) concept van interne conflicten en ambivalentie probeerden bij te brengen. De psyche als behuizing van vele paradoxen, als strijdtoneel van allerlei conflictueuze wensen, behoeften en angsten. Die malle intellectuelen probeerden me wijs te maken dat het kunnen integreren en verdragen van deze ambivalentie een kenmerk van volwassenheid is. Nu weet ik dat hun poging die vermeende tegenstrijdigheden te begrijpen een zwaktebod was, een onvermogen om te zien dat er natuurwetenschappelijke krachten spelen die simpelweg niet verenigbaar zijn. Overduidelijk waren dit geen hoogsensitieve mensen, maar gewone stoffige stervelingen.
Daar zat ik dan, met een gekrenkt ego en een gebroken wereldbeeld. Ik werd overmand door een diep, diep schuldgevoel; hoe heb ik al die tijd zo weinig erkenning aan deze mensen kunnen geven? Hoeveel mensen met rejection sensitive dysphoria (RSD) heb ik met mijn botte harses door mijn kritiek of afwijzing wel niet in een diepe put gesmeten? Die huisgenoot die ik uitgekafferd heb omdat hij de afwas niet deed, bleek pathological demand avoidance (PDA) te hebben. En hoeveel leed heb ik met mijn oude psychodynamische bril wel niet gereduceerd tot gewoon menselijk ongeluk?
Ontdaan van de illusie dat mijn simpele ziel ooit de complexiteit van HSP en HSS zal bereiken en een diep ontzag voor het leven met deze drieletterige afkortingen rijker, keerde ik terug naar mijn gewone, ongeclassificeerde middelmatigheid. Was mijn psychodynamiek maar in drie letters te vangen.